Skip to main content

Open source en standaarden

Psychiatrie onderwijs ruilt ene open variant (Dokeos) in voor andere (Chamilo)

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Don, 29/07/2010 - 14:20

Door de APO (Amsterdamse Psychiatrie Opleiding), de opleiding van het consortium Noord-Holland, wordt sinds september 2008 gewerkt met de (open source) Elektronische Leeromgeving Dokeos. Die keus kwam tot stand na een grondige testperiode, waarbij ook gerenommeerde pakketten als Blackboard, Sharepoint en Fronter voorbijkwamen. Bijna twee jaar na de ingebruikname wordt het werken met Dokeos bij de APO als bijna ‘vanzelfsprekend’ beschouwd. Des te opvallender is dat volgende maand het pakket ingeruild wordt voor Chamilo, een open afsplitsing van Dokeos.

Naast het open Dokeos-pakket bestaat er nog Dokeos.com, een van oorsprong Belgisch bedrijf dat diensten en services verkoopt rondom het Dokeos-platform. Dat betaalde deel is in de afgelopen maanden een steeds voornamer plaats in gaan nemen, waarmee steeds meer afgeweken werd van het licentievrije (open) pakket zoals dat in eerste instantie was opgezet. Dat stuitte veel gebruikers en ontwikkelaars tegen de borst. Eind 2009/begin 2010 hebben de eigenaar van de naam Dokeos enerzijds en de community/programmeurs anderzijds dan ook besloten om ieder hun eigen weg te gaan. Een en ander heeft geresulteerd in de naam en het pakket Chamilo, waarbij in eerste instantie gebruik is gemaakt van de bestaande Dokeos-releases. “Dat is het mooie van open source software. Onder voorwaarden mag je gebruikmaken van de broncode, en zo op het eerste gezicht lijken de pakketten van Dokeos en Chamilo dan ook veel op elkaar”, aldus Johan de Vos, afgestudeerd bioloog, 5de jaars student geneeskunde en coördinator Elektronisch Leren bij GGZ inGeest, een van de instellingen waarvoor de APO de opleidingen verzorgt. Momenteel wordt druk gewerkt aan versie 2.0 van Chamilo, een versie die vanaf de bodem wordt herschreven en die later dit jaar gelanceerd wordt. Om problemen, zoals die met Dokeos, in de toekomst te voorkomen, is de structuur rondom Chamilo gegoten in een vereniging zonder winstoogmerk (vzw).

Een van de grote voordelen van Dokeos/Chamilo, zo heeft De Vos ervaren, is het niet meer hoeven te betalen voor licenties. “Bij pakketten als Blackboard of Sharepoint moet je voor iedere afzonderlijke gebruiker een licentie aanschaffen en betalen, en dat maakt je minder flexibel dan bij een pakket als Dokeos of Chamilo. Nog een voordeel is dat er door consortia steeds meer stappen worden genomen om met elkaar samen te werken. Bijvoorbeeld bij het samenstellen van landelijke expertgroepen. Of het uitwisselen van videomateriaal. Opnamen die gebruikt wordt bij een instelling in Rotterdam of Groningen, kunnen ook interessant voor ons zijn. Of andersom. Ik merk dat er op dat gebied steeds vaker de behoefte is om materiaal uit te wisselen. Een van de toepassingen waar we nu mee bezig zijn, is videoconferencing. Dat geeft ons nog meer mogelijkheden om het onderwijs te optimaliseren.”

Het volledige verhaal over de APO en hun keus voor Dokeos/Chamilo, is hier te lezen.

Psychiatrie onderwijs ruilt ene open variant (Dokeos) in voor andere (Chamilo)

Door de APO (Amsterdamse Psychiatrie Opleiding), de opleiding van het consortium Noord-Holland, wordt sinds september 2008 gewerkt met de (open source) Elektronische Leeromgeving Dokeos. Die keus kwam tot stand na een grondige testperiode, waarbij ook gerenommeerde pakketten als Blackboard, Sharepoint en Fronter voorbijkwamen. Bijna twee jaar na de ingebruikname wordt het werken met Dokeos bij de APO als bijna ‘vanzelfsprekend’ beschouwd. Des te opvallender is dat volgende maand het pakket ingeruild wordt voor Chamilo, een open afsplitsing van Dokeos.

Naast het open Dokeos-pakket bestaat er nog Dokeos.com, een van oorsprong Belgisch bedrijf dat diensten en services verkoopt rondom het Dokeos-platform. Dat betaalde deel is in de afgelopen maanden een steeds voornamer plaats in gaan nemen, waarmee steeds meer afgeweken werd van het licentievrije (open) pakket zoals dat in eerste instantie was opgezet. Dat stuitte veel gebruikers en ontwikkelaars tegen de borst. Eind 2009/begin 2010 hebben de eigenaar van de naam Dokeos enerzijds en de community/programmeurs anderzijds dan ook besloten om ieder hun eigen weg te gaan. Een en ander heeft geresulteerd in de naam en het pakket Chamilo, waarbij in eerste instantie gebruik is gemaakt van de bestaande Dokeos-releases. “Dat is het mooie van open source software. Onder voorwaarden mag je gebruikmaken van de broncode, en zo op het eerste gezicht lijken de pakketten van Dokeos en Chamilo dan ook veel op elkaar”, aldus Johan de Vos, afgestudeerd bioloog, 5de jaars student geneeskunde en coördinator Elektronisch Leren bij GGZ inGeest, een van de instellingen waarvoor de APO de opleidingen verzorgt. Momenteel wordt druk gewerkt aan versie 2.0 van Chamilo, een versie die vanaf de bodem wordt herschreven en die later dit jaar gelanceerd wordt. Om problemen, zoals die met Dokeos, in de toekomst te voorkomen, is de structuur rondom Chamilo gegoten in een vereniging zonder winstoogmerk (vzw).

Een van de grote voordelen van Dokeos/Chamilo, zo heeft De Vos ervaren, is het niet meer hoeven te betalen voor licenties. “Bij pakketten als Blackboard of Sharepoint moet je voor iedere afzonderlijke gebruiker een licentie aanschaffen en betalen, en dat maakt je minder flexibel dan bij een pakket als Dokeos of Chamilo. Nog een voordeel is dat er door consortia steeds meer stappen worden genomen om met elkaar samen te werken. Bijvoorbeeld bij het samenstellen van landelijke expertgroepen. Of het uitwisselen van videomateriaal. Opnamen die gebruikt wordt bij een instelling in Rotterdam of Groningen, kunnen ook interessant voor ons zijn. Of andersom. Ik merk dat er op dat gebied steeds vaker de behoefte is om materiaal uit te wisselen. Een van de toepassingen waar we nu mee bezig zijn, is videoconferencing. Dat geeft ons nog meer mogelijkheden om het onderwijs te optimaliseren.”

Het volledige verhaal over de APO en hun keus voor Dokeos/Chamilo, is hier te lezen.

BeNeLux-afdeling opgericht van PDF/A Competence Center

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Ma, 26/07/2010 - 09:11

Op donderdag 8 juli is in Woerden de BeNeLux-afdeling opgericht van het PDF/A Competence Center, een organisatie met als doel om de informatie- en kennisuitwisseling te bevorderen op het gebied van de lange termijn archivering volgens ISO 19005: PDF/A. Met deze BeNeLux-afdeling wil het internationaal opererende PDF/A Competence Center, dat ook afdelingen heeft in Noord-Amerika en Italië, de ISO-standaard voor langdurige archivering met PDF/A ook in België, Nederland en Luxemburg verdere bekendheid geven. Als eerste gezamenlijke activiteit van de nieuwe afdeling wordt op 2 december in Woerden een seminar gehouden, georganiseerd door DO Consultancy in samenwerking met het PDF/A Competence Center.

PDF/A is de ISO standaard 19005 die bestemd is voor lange termijn archivering in PDF-formaat, en staat op de llijst met open standaarden voor ‘pas toe of leg uit’. De standaard schrijft gedetailleerd voor welke inhoud geoorloofd is en welke niet. Door deze en andere eisen zal de digitale duurzaamheid van het document gegarandeerd zijn; dit alles onafhankelijk van de oorspronkelijk gebruikte software en besturingssysteem bij creatie van het document.

BeNeLux-afdeling opgericht van PDF/A Competence Center

Op donderdag 8 juli is in Woerden de BeNeLux-afdeling opgericht van het PDF/A Competence Center, een organisatie met als doel om de informatie- en kennisuitwisseling te bevorderen op het gebied van de lange termijn archivering volgens ISO 19005: PDF/A. Met deze BeNeLux-afdeling wil het internationaal opererende PDF/A Competence Center, dat ook afdelingen heeft in Noord-Amerika en Italië, de ISO-standaard voor langdurige archivering met PDF/A ook in België, Nederland en Luxemburg verdere bekendheid geven. Als eerste gezamenlijke activiteit van de nieuwe afdeling wordt op 2 december in Woerden een seminar gehouden, georganiseerd door DO Consultancy in samenwerking met het PDF/A Competence Center.

PDF/A is de ISO standaard 19005 die bestemd is voor lange termijn archivering in PDF-formaat, en staat op de llijst met open standaarden voor ‘pas toe of leg uit’. De standaard schrijft gedetailleerd voor welke inhoud geoorloofd is en welke niet. Door deze en andere eisen zal de digitale duurzaamheid van het document gegarandeerd zijn; dit alles onafhankelijk van de oorspronkelijk gebruikte software en besturingssysteem bij creatie van het document.

PDF/A Competence Center richt nieuwe afdeling op in BeNeLux

Forum Standaardisatie - Vrij, 23/07/2010 - 16:07

Na Noord-Amerika en Italië is het PDF/A Competence Center nu ook met een eigen afdeling vertegenwoordigd in de BeNeLux. Met deze BeNeLux-afdeling wil het internationaal opererende PDF/A Competence Center de ISO standaard voor langdurige archivering met PDF/A ook in België, Nederland en Luxemburg verdere bekendheid geven. Met deze reden heeft het PDF/A Competence Center op 8 juli jl. een ledenvergadering in Woerden gehouden, waarbij de BeNeLux-afdeling opgericht is. Tot de elf deelnemende bedrijven behoorden de in Duitsland gevestigde Callas Software en LuraTech Europe. Verder waren de volgende ondernemingen vertegenwoordigd: Adobe, DO Consultancy, Document Dialog, DSM, Four Pees, Holland Ridderkerk, Livnara en Tall Components. Als eerste gezamenlijke activiteit van deze nieuwe afdeling wordt er op 2 december 2010 door DO Consultancy i.s.m. het PDF/A Competence Center een seminar gehouden in Woerden.

Over PDF/A

PDF/A is de ISO standaard 19005 die bestemd is voor lange termijn archivering in PDF-formaat. PDF/A is een subset van het alom bekende PDF-bestandsformaat; een gestandaardiseerd profiel voor het gebruik van PDF in de lange termijn archivering.
De standaard schrijft gedetailleerd voor welke inhoud geoorloofd is en welke niet. Door deze en andere eisen zal de digitale duurzaamheid van het document gegarandeerd zijn; dit alles onafhankelijk van de oorspronkelijk gebruikte software en besturingssysteem bij creatie van het document.
De voordelen van PDF/A, zoals bijvoorbeeld de full text zoekmogelijkheden, maken het een uitstekend archiveringsformaat dat bij talloze internationale gebruikers en ondernemingen het TIFF-formaat inmiddels verdrongen heeft.

Over het PDF/A Competence Center

Het PDF/A Competence Center is als internationale organisatie in 2006 opgericht. Doel van de organisatie is de bevordering van informatie- en kennisuitwisseling op het gebied van de lange termijn archivering volgens ISO 19005: PDF/A.
Het bestuur bestaat uit de directie van de ondernemingen Callas Software GmbH, Compart AG, Intarsys Consulting GmbH, LuraTech Europe GmbH, PDF Tools AG (CH), PDFlib GmbH en SEAL Systems AG.
In een tijdsbestek van drie jaar zijn meer dan 100 bedrijven en professionals uit circa 20 landen toegetreden als lid van het PDF/A Competence Center.

Bron: www.pdfa.org

PDF/A Competence Center richt nieuwe afdeling op in BeNeLux

Forum Standaardisatie - Vrij, 23/07/2010 - 16:07

Na Noord-Amerika en Italië is het PDF/A Competence Center nu ook met een eigen afdeling vertegenwoordigd in de BeNeLux. Met deze BeNeLux-afdeling wil het internationaal opererende PDF/A Competence Center de ISO standaard voor langdurige archivering met PDF/A ook in België, Nederland en Luxemburg verdere bekendheid geven. Met deze reden heeft het PDF/A Competence Center op 8 juli jl. een ledenvergadering in Woerden gehouden, waarbij de BeNeLux-afdeling opgericht is. Tot de elf deelnemende bedrijven behoorden de in Duitsland gevestigde Callas Software en LuraTech Europe. Verder waren de volgende ondernemingen vertegenwoordigd: Adobe, DO Consultancy, Document Dialog, DSM, Four Pees, Holland Ridderkerk, Livnara en Tall Components. Als eerste gezamenlijke activiteit van deze nieuwe afdeling wordt er op 2 december 2010 door DO Consultancy i.s.m. het PDF/A Competence Center een seminar gehouden in Woerden.

Over PDF/A

PDF/A is de ISO standaard 19005 die bestemd is voor lange termijn archivering in PDF-formaat. PDF/A is een subset van het alom bekende PDF-bestandsformaat; een gestandaardiseerd profiel voor het gebruik van PDF in de lange termijn archivering.
De standaard schrijft gedetailleerd voor welke inhoud geoorloofd is en welke niet. Door deze en andere eisen zal de digitale duurzaamheid van het document gegarandeerd zijn; dit alles onafhankelijk van de oorspronkelijk gebruikte software en besturingssysteem bij creatie van het document.
De voordelen van PDF/A, zoals bijvoorbeeld de full text zoekmogelijkheden, maken het een uitstekend archiveringsformaat dat bij talloze internationale gebruikers en ondernemingen het TIFF-formaat inmiddels verdrongen heeft.

Over het PDF/A Competence Center

Het PDF/A Competence Center is als internationale organisatie in 2006 opgericht. Doel van de organisatie is de bevordering van informatie- en kennisuitwisseling op het gebied van de lange termijn archivering volgens ISO 19005: PDF/A.
Het bestuur bestaat uit de directie van de ondernemingen Callas Software GmbH, Compart AG, Intarsys Consulting GmbH, LuraTech Europe GmbH, PDF Tools AG (CH), PDFlib GmbH en SEAL Systems AG.
In een tijdsbestek van drie jaar zijn meer dan 100 bedrijven en professionals uit circa 20 landen toegetreden als lid van het PDF/A Competence Center.

Bron: www.pdfa.org

Stichting ePortfolio Support lancering bij ministerie van OCW

Forum Standaardisatie - Vrij, 23/07/2010 - 14:34

Op 19 mei is, in aanwezigheid van de demissionair  staatssecretaris Marja van Bijsterveldt, de oprichting van de Stichting ePortfolio Support (StePS) bekend gemaakt. Deze stichting beoogt coördinatie en versnelling aan te brengen bij de invoering van een elektronisch portfolio voor eenieder die deelneemt aan onderwijs en arbeidsmarkt. Vertegenwoordigers uit het onderwijs en arbeidsmarkt hebben elkaar gevonden.

ePortfolio gebruik in het onderwijs al vergevorderd

De laatste jaren zijn er op dit terrein diverse - maar uitéénlopende ? initiatieven ondernomen, in Nederland en internationaal. Onderwijsinstellingen hebben veelal het voortouw genomen. Zowel in het MBO als in het HBO wordt op dit moment veelvuldig gebruik gemaakt van een digitaal portfolio. Binnen de universiteiten zien we ook dat het portfolio in opkomst is bij o.a. de lerarenopleidingen en opleidingen zoals Geneeskunde.

Lees meer over dit persbericht op de website van ePortfolio.

Stichting ePortfolio Support lancering bij ministerie van OCW

Forum Standaardisatie - Vrij, 23/07/2010 - 14:34

Op 19 mei is, in aanwezigheid van de demissionair  staatssecretaris Marja van Bijsterveldt, de oprichting van de Stichting ePortfolio Support (StePS) bekend gemaakt. Deze stichting beoogt coördinatie en versnelling aan te brengen bij de invoering van een elektronisch portfolio voor eenieder die deelneemt aan onderwijs en arbeidsmarkt. Vertegenwoordigers uit het onderwijs en arbeidsmarkt hebben elkaar gevonden.

ePortfolio gebruik in het onderwijs al vergevorderd

De laatste jaren zijn er op dit terrein diverse - maar uitéénlopende ? initiatieven ondernomen, in Nederland en internationaal. Onderwijsinstellingen hebben veelal het voortouw genomen. Zowel in het MBO als in het HBO wordt op dit moment veelvuldig gebruik gemaakt van een digitaal portfolio. Binnen de universiteiten zien we ook dat het portfolio in opkomst is bij o.a. de lerarenopleidingen en opleidingen zoals Geneeskunde.

Lees meer over dit persbericht op de website van ePortfolio.

Regelgevingstoepassing CVDR kan nu ook overweg met ‘open’ formaten

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Don, 22/07/2010 - 10:16

Op grond van de Wet elektronische bekendmaking moeten alle decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten) per 1 januari 2011 hun algemeen verbindende voorschriften publiceren via de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR). Half juli is de nieuwe release uitgebracht van de CVDR, dat ontwikkeld is door Stichting ICTU. Met deze release is ook de mogelijkheid ingebouwd om OpenOffice.org (ODT) formaten in te lezen en te exporteren.

De CVDR werd in oktober 2008 in gebruikgenomen. Sindsdien hebben circa 460 overheden een account aangevraagd, en zijn meer dan twintigduizend regelingen ingevoerd. “We liggen mooi op schema, en het moet haalbaar zijn dat voor 1 januari 2011 de decentrale overheden al hun regelgeving door middel van de CVDR hebben gepubliceerd”, aldus Onno Muchall, projectmanager
Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving. Naar verwachting zal de uiteindelijke CVDR-collectie ruim veertigduizend decentrale regelingen omvatten.

Voor geïnteresseerden in de CVDR is het mogelijk om toegang te krijgen tot de demoversie. Inlogcodes zijn op aanvraag beschikbaar via regelgeving@overheid.nl.

Regelgevingstoepassing CVDR kan nu ook overweg met ‘open’ formaten

Op grond van de Wet elektronische bekendmaking moeten alle decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten) per 1 januari 2011 hun algemeen verbindende voorschriften publiceren via de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR). Half juli is de nieuwe release uitgebracht van de CVDR, dat ontwikkeld is door Stichting ICTU. Met deze release is ook de mogelijkheid ingebouwd om OpenOffice.org (ODT) formaten in te lezen en te exporteren.

De CVDR werd in oktober 2008 in gebruikgenomen. Sindsdien hebben circa 460 overheden een account aangevraagd, en zijn meer dan twintigduizend regelingen ingevoerd. “We liggen mooi op schema, en het moet haalbaar zijn dat voor 1 januari 2011 de decentrale overheden al hun regelgeving door middel van de CVDR hebben gepubliceerd”, aldus Onno Muchall, projectmanager
Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving. Naar verwachting zal de uiteindelijke CVDR-collectie ruim veertigduizend decentrale regelingen omvatten.

Voor geïnteresseerden in de CVDR is het mogelijk om toegang te krijgen tot de demoversie. Inlogcodes zijn op aanvraag beschikbaar via regelgeving@overheid.nl.

WS-I Transitions to OASIS

OASIS - persberichten - Don, 22/07/2010 - 07:00
Group Furthering Best Practices for Web Services Interoperability Continues Work as Part of International Open Standards Consortium

Hippo GetTogether

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Din, 20/07/2010 - 14:00

Op vrijdag 20 augustus wordt in Amsterdam (Felix Meritis) Hippo GetTogether gehouden, een congres voor Hippo-gebruikers en -ontwikkelaars. In de ochtend worden verschillende clientshow cases gepresenteerd. ’s Middags zullen er technische presentaties zijn over integraties & nieuwe mogelijkheden met betrekking tot Hippo, een veelgebruikt open source CMS. Na 16.00 uur zullen de developers aan de slag gaan om plugins te ontwikkelen voor de Hippo marktplaats. Om 21.00 uur zullen deze plugins worden gepresenteerd tijdens de Forge Friday Award Ceremony.

Publieke review Webrichtlijnen versie 2 van start gegaan

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Din, 20/07/2010 - 09:12

Gisteren is de publieke review van Webrichtlijnen versie 2 van start gegaan. Dat meldt de website e-Overheid voor Burgers. Tijdens de publieke review, die loopt tot en met 13 september, kan iedereen zijn of haar mening geven over de nieuwe conceptversie van de Webrichtlijnen. De Webrichtlijnen helpen overheden en bedrijven websites zo te bouwen dat ze zowel voor mensen als voor browsers en zoekmachines optimaal toegankelijk zijn.

De directe aanleiding voor de nieuwe versie zijn de wijzigingen in de internationale richtlijnen voor toegankelijkheid van websites (van WCAG 1 naar WCAG 2). Bij de nieuwe versie wordt ook gekeken hoe de bruikbaarheid en toepasbaarheid voor zowel de gebruikers als de webbouwers kan worden vergroot. De tweede versie van de webrichtlijnen houdt onder meer rekening met Web 2.0-toepassingen en de gewijzigde internationale standaarden op het gebied van kwaliteit en toegankelijkheid.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en stichting Waarmerk drempelvrij.nl zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van de tweede versie van de Webrichtlijnen. Inzenders krijgen uiterlijk 1 november, zo mogelijk eerder, een terugkoppeling over de verwerking van de reactie(s).

Publieke review Webrichtlijnen versie 2 van start gegaan

Gisteren is de publieke review van Webrichtlijnen versie 2 van start gegaan. Dat meldt de website e-Overheid voor Burgers. Tijdens de publieke review, die loopt tot en met 13 september, kan iedereen zijn of haar mening geven over de nieuwe conceptversie van de Webrichtlijnen. De Webrichtlijnen helpen overheden en bedrijven websites zo te bouwen dat ze zowel voor mensen als voor browsers en zoekmachines optimaal toegankelijk zijn.

De directe aanleiding voor de nieuwe versie zijn de wijzigingen in de internationale richtlijnen voor toegankelijkheid van websites (van WCAG 1 naar WCAG 2). Bij de nieuwe versie wordt ook gekeken hoe de bruikbaarheid en toepasbaarheid voor zowel de gebruikers als de webbouwers kan worden vergroot. De tweede versie van de webrichtlijnen houdt onder meer rekening met Web 2.0-toepassingen en de gewijzigde internationale standaarden op het gebied van kwaliteit en toegankelijkheid.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en stichting Waarmerk drempelvrij.nl zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van de tweede versie van de Webrichtlijnen. Inzenders krijgen uiterlijk 1 november, zo mogelijk eerder, een terugkoppeling over de verwerking van de reactie(s).

WS-I Transitions to OASIS

OASIS - persberichten - Din, 20/07/2010 - 07:00
Group Furthering Best Practices for Web Services Interoperability Continues Work as Part of International Open Standards Consortium

'XBRL coming out party'

Forum Standaardisatie - Ma, 19/07/2010 - 13:35

Hoe ga je aan de slag met XBRL? Bij wie moet je zijn als je vragen hebt of meer wilt weten over XBRL? Het zijn twee van de vragen die aan de orde komen tijdens de 'XBRL coming out party', die gehouden wordt op donderdag 9 september in Nieuwegein (Nieuwegein Business Center). XBRL (eXtensible Business Reporting) is een op XML gebaseerde open standaard voor het samenstellen en elektronisch uitwisselen van financiële rapportages.

Tijdens de gratis toegankelijke bijeenkomst, die georganiseerd is door Forum Standaardisatie, SBR (Standard Business Reporting), XBRL Nederland en programmabureau NOiV (Nederland Open in Verbinding), wordt de bezoeker bijgepraat over de XBRL-standaard die sinds 18 maart op de lijst staat van open standaarden voor 'pas toe of leg uit'. Naast aansprekende voorbeelden uit de praktijk geven ook sprekers als Rob Kuipers (Rijksregisseur SBR) en Steven Luitjens (directeur Logius) meer context aan de standaard en de mogelijke toekomstige ontwikkelingen. De bijeenkomst in Nieuwegein begint om 12.30 uur met een inlooplunch en wordt circa 17.30 uur afgesloten.

Aanmelden voor de 'XBRL-coming out party' van donderdag 9 september in Nieuwegein kan bij Anuskha Soerahi, onder vermelding van 'XBRL-coming out party'.

'XBRL coming out party'

Forum Standaardisatie - Ma, 19/07/2010 - 13:35

Hoe ga je aan de slag met XBRL? Bij wie moet je zijn als je vragen hebt of meer wilt weten over XBRL? Het zijn twee van de vragen die aan de orde komen tijdens de 'XBRL coming out party', die gehouden wordt op donderdag 9 september in Nieuwegein (Nieuwegein Business Center). XBRL (eXtensible Business Reporting) is een op XML gebaseerde open standaard voor het samenstellen en elektronisch uitwisselen van financiële rapportages.

Tijdens de gratis toegankelijke bijeenkomst, die georganiseerd is door Forum Standaardisatie, SBR (Standard Business Reporting), XBRL Nederland en programmabureau NOiV (Nederland Open in Verbinding), wordt de bezoeker bijgepraat over de XBRL-standaard die sinds 18 maart op de lijst staat van open standaarden voor 'pas toe of leg uit'. Naast aansprekende voorbeelden uit de praktijk geven ook sprekers als Rob Kuipers (Rijksregisseur SBR) en Steven Luitjens (directeur Logius) meer context aan de standaard en de mogelijke toekomstige ontwikkelingen. De bijeenkomst in Nieuwegein begint om 12.30 uur met een inlooplunch en wordt circa 17.30 uur afgesloten.

Aanmelden voor de 'XBRL-coming out party' van donderdag 9 september in Nieuwegein kan bij Anuskha Soerahi, onder vermelding van 'XBRL-coming out party'.

Het ecosysteem van open source software

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Ma, 19/07/2010 - 12:39

Wereldwijd groeit het gebruik van open source software, het is ‘geen vies woord’ meer, en daarmee ook de vermarkting en professionalisering rondom het thema. Volgens Peter Stamps* zijn we inmiddels zover dat een interessant ecosysteem ontstaat waar open source software, communities én de commerciële sector elkaar steeds meer opzoeken. “Kijk en luister naar Neelie’s videoboodschap om inspiratie op te doen voor deelname aan dit ecosysteem.”

Door Peter Stamps

Peter Stamps Eurocommissaris Neelie Kroes zegt het: ‘open source’ is geen vies woord meer. En als Neelie zoiets zegt, dan heeft dat invloed op vele Captains of Industry. Dat is goed nieuws voor de open source adept. Immers, hij of zij hoeft geen ‘vieze woorden’ meer te spreken. De ruggensteun van Neelie komt op een goed moment. Haar videoboodschap past in een wereldwijde trend van sterke organische- en innovatieve marktgroei door het toenemend gebruik van open source software. In deze markt komt op professionele en creatieve wijze steeds meer open source beschikbaar voor de consument (burger, bedrijf, overheid). En de support voor open source is zich ook snel aan het professionaliseren. Er ontstaat een interessant ecosysteem waar open source software, communities én de commerciële sector elkaar steeds meer opzoeken. Een overzicht van dat nieuwe ecosysteem, dat zich nog steeds aan het vormen is.

Voor sommige domeinen is er al een soort ‘open source keuzestress’ aan het ontstaan. Er is vanuit de hele wereld zóveel aanbod van kwalitatief hoogwaardige open source componenten en frameworks, dat het kiezen eruit moeilijk begint te worden. Het selecteren van de juiste software is op zich al een uitdaging. Daarbij maakt het niet uit of het nu closed of open is. Bij closed source wordt de consument nog ‘intensief’ (be)geleid door de marketing van de leveranciers. Bij open source is daar bijna geen sprake van. Het bekend raken met open source producten verloopt veelal via mond-tot-mond reclame of conferenties, of door referenties (“die gebruikt het ook”) en – niet onbelangrijk – via internetcommunities, blogs, wiki’s et cetera.

Marketing en open source
Open source software wordt dikwijls binnen een organisatie via een bottom-upproces gepromoot. Dit gebeurt voornamelijk door de ICT-staf. De promotie van closed source software geschiedt veel meer top-down. Een klassiek voorbeeld daarvan is SAP, dat midden jaren ‘90 uiterst succesvol top-downmarketing heeft toegepast voor haar R/3-product. Zij plaatsten advertenties, of nog chiquer advertorials, in vliegtuig- en lifestylemagazines om zo de doelgroep te bereiken. Die doelgroep was primair het business management niveau: de (ICT) directeuren die het budget hebben en de eindbeslissing nemen.

De open source communities en hun vrijwilligers hebben niet zoveel financiële middelen ter beschikking om hun open source software aan te prijzen. Op marketinggebied is er, ten opzichte van closed source, sprake van een ongelijke strijd. Daarom verloopt marketing van open source software ook anders. Internet ondersteunt niet alleen het gezamenlijke ontwikkelingsproces, maar in de meeste gevallen ook de promotie van hun software.

Professionalisering
Steeds meer open source communities zijn aan het professionaliseren. Het eigendom van de software wordt bijvoorbeeld, naar Amerikaans recht, ondergebracht in een non-profit public foundation. Daarnaast wordt de community in veel gevallen vakbekwaam georganiseerd en financieel ondersteund. Zo’n foundation is het best vergelijkbaar met een ‘publieke’ stichting met ANBI-status. Dat wil zeggen dat de organisatie een officiële kwalificatie heeft van de Belastingdienst als zijnde ‘een algemeen nut beogende instelling’.

Het bestuur van zo’n foundation wordt bijvoorbeeld gekozen uit vakkundige en betrokken vrijwilligers. Niet zelden zijn dat de oorspronkelijke ontwikkelaars van het eerste uur. De foundation zorgt voor fondswerving om het werk te continueren en ontvangt giften van honderden individuen en commerciële sponsors. Voorbeelden van commerciële sponsors of donateurs zijn Google, PayPal, Canonical (Ubuntu Linux). Zij doneren onder meer aan de Python Software Foundation, die de steeds populairder wordende open source programmeertaal Python – van oorspronkelijk Nederlandse bodem – ondersteunt en beheert.

Twee bekende voorbeelden van zeer professionele ‘publieke stichtingen’ zijn de Apache Software Foundation en de Plone Foundation.

  • De Apache Software Foundation biedt organisatorische-, juridische- en financiële ondersteuning voor een breed pallet aan open source software. De aanpak van de Apache Software Foundation wordt veel gekopieerd.
  • De Plone Foundation is een non-profit organisatie en legaal eigenaar van het Plone open source Content Management Systeem (CMS). Zij biedt support aan de ontwikkeling van Plone, haar gebruikers, de community en verzorgt ook de promotie.

Interessant is dat veel commerciële IT-bedrijven zich associëren met deze stichtingen en ook een significante bijdrage leveren, in de vorm van software of gelddonaties. Uiteraard is daarbij een vorm van eigen belang niet te ontkennen. Toch hebben enkele commerciële bijdragen de open source acceptatie enorm doen versnellen.

Een prachtig voorbeeld daarvan is de software ontwikkelstudio Eclipse van IBM, die rondom 2003 op de markt kwam. Pas toen IBM Eclipse écht als onafhankelijke open source software had neergezet, sloeg de ‘vlam in de pan’ en begon Eclipse aan een zegetocht. Anno 2010 wordt Eclipse op grote schaal toegepast voor software ontwikkelprocessen en vormt ze de basis voor diverse andere open sourceproducten. Er is hier sprake van een uitstekend functionerende community, met goede support via het internet.

‘Vuist op tafel’
Een veelgehoorde reactie is: “Ja, leuk en aardig dat open source. Fijn dat ik niet voor de licenties hoef te betalen. Het zal allemaal wel goed zijn, máár de support bij open source is lastig te regelen. Zo kan ik kan niemand aanspreken die verantwoordelijk is. Waar moet ik de claim leggen als ik schade leidt door een fout in de software? Nu kan ik bij mijn leverancier met de vuist op tafel slaan als er crisis is.” Als ik vervolgens vroeg “hoe vaak zij met de vuist op tafel hebben moeten slaan bij een leverancier, en of dat dan ook hielp om de situatie sneller op te lossen”, dan was meestal het antwoord: “Nou ja, bij wijze van spreken. Je kunt je laten horen en druk proberen uit te oefenen. We kunnen ook niet zo snel weglopen van onze leverancier.” In één geval was het antwoord: “De Raad van Bestuur kan ik toch niet in een crisissituatie gaan vertellen dat het probleem misschien wordt opgelost door een vrijwillige ontwikkelaar in India.”

Een (on)begrijpelijke reactie? Zo’n reactie is te begrijpen omdat organisaties doorgaans onbekend zijn met de werkelijkheid van de praktijk. Zij hebben geen of te beperkte ervaring met open source supportorganisaties. Soms weten ze zelfs niet dat intern open source al jaren wordt toegepast. Denk aan de bedrijfswebsite die draait op Apache open source software. De ICT-organisatie is doorgaans ook niet er op ingericht om met communities te schakelen voor support.

Het voelt comfortabel aan om ‘gedekt’ te zijn door het contract met de leverancier, indien haar software te kort zou schieten. Meestal zijn organisaties niet op de hoogte van de vele restricties, condities en beperkingen op mogelijke schadevergoeding, die in het contract van de closed source softwareleverancier staan. Dit is nog afgezien van het feit dat er bij problemen meestentijds sprake is van gebruik van producten van verschillende leveranciers, elk met hun eigen licentievoorwaarden. Soms is het moeilijk te bepalen welke leverancier het eerst aangesproken moet worden. Het is niet ondenkbeeldig dat organisaties in een situatie belanden, waarbij de leveranciers naar elkaar wijzen tot het onomstotelijke bewijs is geleverd wie de maker van de software is dat het probleem veroorzaakt. Ondertussen wil je wel dat je probleem wordt opgelost.

Is dat bij open source dan anders? Ook hier spelen er supportzaken waarvan organisaties zich van bewust moet zijn. Hierna ga ik in op een paar belangrijke aspecten.

Garantie en aansprakelijkheid
Alle open source softwarelicenties bevatten de clausules ‘geen garantie en afwijzing van aansprakelijkheid’. Toch is dat in veel situaties geen reden geweest om dan maar niet voor open source te kiezen. Integendeel. Ik zie steeds meer offerteaanvragen waar open source een nadrukkelijke optie is. Tegelijkertijd zie je in de contractvoorwaarden nog in de regel staan dat de leverancier garantie moet geven, aansprakelijk is en ook het IP-recht moet overdragen. Je ziet dat de inkoopvoorwaarden niet zijn aangepast aan de anders functionerende open source wereld. Sommige inkoopeisen en wensen botsen ‘frontaal’ met de open source werk- en denkwijze. Diverse inkoopeisen zijn maar beperkt of helemaal niet – althans, niet realistisch en praktisch – in te willigen door een open source leverancier. Immers, een oplossing kan broncode bevatten afkomstig uit vele communities en niet altijd is diepgaande kennis van elke component aanwezig en ook niet nodig.

Er zal voor het geven van garantie en aanvaarding van aansprakelijkheid op open source een rekening worden gepresenteerd met daarbij nog steeds gelijkaardige beperkingen, zoals we die van de closed software kennen. Hierdoor wordt het oorspronkelijk licentieprijsvoordeel van open source deels weer tenietgedaan.

Support
Als het gebruik van open source toeneemt, dan is de kans groot dat er verschillende producten en componenten worden gebruikt die elk een eigen community en supportorganisatie hebben. Een relatief groot aantal open source oplossingen/producten voor business eindgebruikers, is gebaseerd op andere open source componenten. De leverancier van de oplossing kan hier support bieden en zal dan meestal zelf met de communities gaan schakelen om een opgetreden probleem zo snel mogelijk te verhelpen.

Als organisaties via maatwerk meer open source oplossingen in huis krijgen, dan moet de support en communicatie met de verschillende communities worden ingeregeld en onderhouden. De support kunnen organisaties ook als service afnemen bij een enkele systeemintegrator. Die treedt dan op als ‘één loket voor alle open sourcevragen’ en is de intermediair tussen de gebruiker en de communities. Door bundeling en gebruikmaking van een eigen open source kennisbank kan een systeemintegrator zo snel en kostengunstig een probleem oplossen. Zij kan ook eigen experts inzetten om de oplossing of een patch (correctie software) te ontwikkelen en deze zowel aan de klant als aan de community geven.

Het toepassen van open source software in de organisatie vereist wat meer zelfservice en het nemen van verantwoordelijkheid, want er is doorgaans minder vooraf geregeld. De eigen beheer- en supportorganisatie moet leren schakelen met de open source communities. Of ze kan kiezen voor samenwerking met een partner die helpt bij de ‘ontzorging’. Het ecosysteem rondom open source professionaliseert steeds sneller. Voor het management wordt het zo gemakkelijker om voor open source te kiezen. Immers, goede ondersteuning is verzekerd.

Kijk en luister naar Neelie’s videoboodschap om inspiratie op te doen voor deelname aan dit ecosysteem.

Peter Stamps is Productmanager Open Source Solutions bij Atos Origin

Het ecosysteem van open source software

Wereldwijd groeit het gebruik van open source software, het is ‘geen vies woord’ meer, en daarmee ook de vermarkting en professionalisering rondom het thema. Volgens Peter Stamps* zijn we inmiddels zover dat een interessant ecosysteem ontstaat waar open source software, communities én de commerciële sector elkaar steeds meer opzoeken. “Kijk en luister naar Neelie’s videoboodschap om inspiratie op te doen voor deelname aan dit ecosysteem.”

Door Peter Stamps

Peter Stamps Eurocommissaris Neelie Kroes zegt het: ‘open source’ is geen vies woord meer. En als Neelie zoiets zegt, dan heeft dat invloed op vele Captains of Industry. Dat is goed nieuws voor de open source adept. Immers, hij of zij hoeft geen ‘vieze woorden’ meer te spreken. De ruggensteun van Neelie komt op een goed moment. Haar videoboodschap past in een wereldwijde trend van sterke organische- en innovatieve marktgroei door het toenemend gebruik van open source software. In deze markt komt op professionele en creatieve wijze steeds meer open source beschikbaar voor de consument (burger, bedrijf, overheid). En de support voor open source is zich ook snel aan het professionaliseren. Er ontstaat een interessant ecosysteem waar open source software, communities én de commerciële sector elkaar steeds meer opzoeken. Een overzicht van dat nieuwe ecosysteem, dat zich nog steeds aan het vormen is.

Voor sommige domeinen is er al een soort ‘open source keuzestress’ aan het ontstaan. Er is vanuit de hele wereld zóveel aanbod van kwalitatief hoogwaardige open source componenten en frameworks, dat het kiezen eruit moeilijk begint te worden. Het selecteren van de juiste software is op zich al een uitdaging. Daarbij maakt het niet uit of het nu closed of open is. Bij closed source wordt de consument nog ‘intensief’ (be)geleid door de marketing van de leveranciers. Bij open source is daar bijna geen sprake van. Het bekend raken met open source producten verloopt veelal via mond-tot-mond reclame of conferenties, of door referenties (“die gebruikt het ook”) en – niet onbelangrijk – via internetcommunities, blogs, wiki’s et cetera.

Marketing en open source
Open source software wordt dikwijls binnen een organisatie via een bottom-upproces gepromoot. Dit gebeurt voornamelijk door de ICT-staf. De promotie van closed source software geschiedt veel meer top-down. Een klassiek voorbeeld daarvan is SAP, dat midden jaren ‘90 uiterst succesvol top-downmarketing heeft toegepast voor haar R/3-product. Zij plaatsten advertenties, of nog chiquer advertorials, in vliegtuig- en lifestylemagazines om zo de doelgroep te bereiken. Die doelgroep was primair het business management niveau: de (ICT) directeuren die het budget hebben en de eindbeslissing nemen.

De open source communities en hun vrijwilligers hebben niet zoveel financiële middelen ter beschikking om hun open source software aan te prijzen. Op marketinggebied is er, ten opzichte van closed source, sprake van een ongelijke strijd. Daarom verloopt marketing van open source software ook anders. Internet ondersteunt niet alleen het gezamenlijke ontwikkelingsproces, maar in de meeste gevallen ook de promotie van hun software.

Professionalisering
Steeds meer open source communities zijn aan het professionaliseren. Het eigendom van de software wordt bijvoorbeeld, naar Amerikaans recht, ondergebracht in een non-profit public foundation. Daarnaast wordt de community in veel gevallen vakbekwaam georganiseerd en financieel ondersteund. Zo’n foundation is het best vergelijkbaar met een ‘publieke’ stichting met ANBI-status. Dat wil zeggen dat de organisatie een officiële kwalificatie heeft van de Belastingdienst als zijnde ‘een algemeen nut beogende instelling’.

Het bestuur van zo’n foundation wordt bijvoorbeeld gekozen uit vakkundige en betrokken vrijwilligers. Niet zelden zijn dat de oorspronkelijke ontwikkelaars van het eerste uur. De foundation zorgt voor fondswerving om het werk te continueren en ontvangt giften van honderden individuen en commerciële sponsors. Voorbeelden van commerciële sponsors of donateurs zijn Google, PayPal, Canonical (Ubuntu Linux). Zij doneren onder meer aan de Python Software Foundation, die de steeds populairder wordende open source programmeertaal Python – van oorspronkelijk Nederlandse bodem – ondersteunt en beheert.

Twee bekende voorbeelden van zeer professionele ‘publieke stichtingen’ zijn de Apache Software Foundation en de Plone Foundation.

  • De Apache Software Foundation biedt organisatorische-, juridische- en financiële ondersteuning voor een breed pallet aan open source software. De aanpak van de Apache Software Foundation wordt veel gekopieerd.
  • De Plone Foundation is een non-profit organisatie en legaal eigenaar van het Plone open source Content Management Systeem (CMS). Zij biedt support aan de ontwikkeling van Plone, haar gebruikers, de community en verzorgt ook de promotie.

Interessant is dat veel commerciële IT-bedrijven zich associëren met deze stichtingen en ook een significante bijdrage leveren, in de vorm van software of gelddonaties. Uiteraard is daarbij een vorm van eigen belang niet te ontkennen. Toch hebben enkele commerciële bijdragen de open source acceptatie enorm doen versnellen.

Een prachtig voorbeeld daarvan is de software ontwikkelstudio Eclipse van IBM, die rondom 2003 op de markt kwam. Pas toen IBM Eclipse écht als onafhankelijke open source software had neergezet, sloeg de ‘vlam in de pan’ en begon Eclipse aan een zegetocht. Anno 2010 wordt Eclipse op grote schaal toegepast voor software ontwikkelprocessen en vormt ze de basis voor diverse andere open sourceproducten. Er is hier sprake van een uitstekend functionerende community, met goede support via het internet.

‘Vuist op tafel’
Een veelgehoorde reactie is: “Ja, leuk en aardig dat open source. Fijn dat ik niet voor de licenties hoef te betalen. Het zal allemaal wel goed zijn, máár de support bij open source is lastig te regelen. Zo kan ik kan niemand aanspreken die verantwoordelijk is. Waar moet ik de claim leggen als ik schade leidt door een fout in de software? Nu kan ik bij mijn leverancier met de vuist op tafel slaan als er crisis is.” Als ik vervolgens vroeg “hoe vaak zij met de vuist op tafel hebben moeten slaan bij een leverancier, en of dat dan ook hielp om de situatie sneller op te lossen”, dan was meestal het antwoord: “Nou ja, bij wijze van spreken. Je kunt je laten horen en druk proberen uit te oefenen. We kunnen ook niet zo snel weglopen van onze leverancier.” In één geval was het antwoord: “De Raad van Bestuur kan ik toch niet in een crisissituatie gaan vertellen dat het probleem misschien wordt opgelost door een vrijwillige ontwikkelaar in India.”

Een (on)begrijpelijke reactie? Zo’n reactie is te begrijpen omdat organisaties doorgaans onbekend zijn met de werkelijkheid van de praktijk. Zij hebben geen of te beperkte ervaring met open source supportorganisaties. Soms weten ze zelfs niet dat intern open source al jaren wordt toegepast. Denk aan de bedrijfswebsite die draait op Apache open source software. De ICT-organisatie is doorgaans ook niet er op ingericht om met communities te schakelen voor support.

Het voelt comfortabel aan om ‘gedekt’ te zijn door het contract met de leverancier, indien haar software te kort zou schieten. Meestal zijn organisaties niet op de hoogte van de vele restricties, condities en beperkingen op mogelijke schadevergoeding, die in het contract van de closed source softwareleverancier staan. Dit is nog afgezien van het feit dat er bij problemen meestentijds sprake is van gebruik van producten van verschillende leveranciers, elk met hun eigen licentievoorwaarden. Soms is het moeilijk te bepalen welke leverancier het eerst aangesproken moet worden. Het is niet ondenkbeeldig dat organisaties in een situatie belanden, waarbij de leveranciers naar elkaar wijzen tot het onomstotelijke bewijs is geleverd wie de maker van de software is dat het probleem veroorzaakt. Ondertussen wil je wel dat je probleem wordt opgelost.

Is dat bij open source dan anders? Ook hier spelen er supportzaken waarvan organisaties zich van bewust moet zijn. Hierna ga ik in op een paar belangrijke aspecten.

Garantie en aansprakelijkheid
Alle open source softwarelicenties bevatten de clausules ‘geen garantie en afwijzing van aansprakelijkheid’. Toch is dat in veel situaties geen reden geweest om dan maar niet voor open source te kiezen. Integendeel. Ik zie steeds meer offerteaanvragen waar open source een nadrukkelijke optie is. Tegelijkertijd zie je in de contractvoorwaarden nog in de regel staan dat de leverancier garantie moet geven, aansprakelijk is en ook het IP-recht moet overdragen. Je ziet dat de inkoopvoorwaarden niet zijn aangepast aan de anders functionerende open source wereld. Sommige inkoopeisen en wensen botsen ‘frontaal’ met de open source werk- en denkwijze. Diverse inkoopeisen zijn maar beperkt of helemaal niet – althans, niet realistisch en praktisch – in te willigen door een open source leverancier. Immers, een oplossing kan broncode bevatten afkomstig uit vele communities en niet altijd is diepgaande kennis van elke component aanwezig en ook niet nodig.

Er zal voor het geven van garantie en aanvaarding van aansprakelijkheid op open source een rekening worden gepresenteerd met daarbij nog steeds gelijkaardige beperkingen, zoals we die van de closed software kennen. Hierdoor wordt het oorspronkelijk licentieprijsvoordeel van open source deels weer tenietgedaan.

Support
Als het gebruik van open source toeneemt, dan is de kans groot dat er verschillende producten en componenten worden gebruikt die elk een eigen community en supportorganisatie hebben. Een relatief groot aantal open source oplossingen/producten voor business eindgebruikers, is gebaseerd op andere open source componenten. De leverancier van de oplossing kan hier support bieden en zal dan meestal zelf met de communities gaan schakelen om een opgetreden probleem zo snel mogelijk te verhelpen.

Als organisaties via maatwerk meer open source oplossingen in huis krijgen, dan moet de support en communicatie met de verschillende communities worden ingeregeld en onderhouden. De support kunnen organisaties ook als service afnemen bij een enkele systeemintegrator. Die treedt dan op als ‘één loket voor alle open sourcevragen’ en is de intermediair tussen de gebruiker en de communities. Door bundeling en gebruikmaking van een eigen open source kennisbank kan een systeemintegrator zo snel en kostengunstig een probleem oplossen. Zij kan ook eigen experts inzetten om de oplossing of een patch (correctie software) te ontwikkelen en deze zowel aan de klant als aan de community geven.

Het toepassen van open source software in de organisatie vereist wat meer zelfservice en het nemen van verantwoordelijkheid, want er is doorgaans minder vooraf geregeld. De eigen beheer- en supportorganisatie moet leren schakelen met de open source communities. Of ze kan kiezen voor samenwerking met een partner die helpt bij de ‘ontzorging’. Het ecosysteem rondom open source professionaliseert steeds sneller. Voor het management wordt het zo gemakkelijker om voor open source te kiezen. Immers, goede ondersteuning is verzekerd.

Kijk en luister naar Neelie’s videoboodschap om inspiratie op te doen voor deelname aan dit ecosysteem.

Peter Stamps is Productmanager Open Source Solutions bij Atos Origin

Flinke internationale inbreng voor GNOME Open Desktop Day

Nederland Open in Verbinding (NOiV) - Ma, 19/07/2010 - 08:43

Steve George (Canonical, het bedrijf achter Ubuntu), José Félix Ontañón (Andalusië, Spanje), Stormy Peters (GNOME Foundation), en Stephan Wildeboer (NOiV). Dat zijn de sprekers van de GNOME Open Desktop Day, een bijeenkomst die op maandag 26 juli in Den Haag (Haagse Hogeschool) wordt gehouden. Met Juan Conde (Andalusië, Spanje) zal vermoedelijk een ‘chat’-videogesprek worden gevoerd. De dag, onder voorzitterschap van Arjen Kamphuis, staat in het teken van open source op de desktop. In het kader van het GUADEC-congres, waarvan de bijeenkomst op maandag 26 juni een onderdeel is, heeft Eurocommissaris Neelie Kroes (‘Open source is geen vies woord meer’) een video opgenomen waarin het belang van open source software nogmaals uiteen wordt gezet.