U bent hier

Mediawijsheid; De ontwikkeling van nieuw burgerschap

TitelMediawijsheid; De ontwikkeling van nieuw burgerschap
PublicatietypeRapport
Publicatiejaar2005
Pagina's45
Publicatiedatum07/2005
UitgeverRaad voor Cultuur
Plaats uitgaveDen Haag
RefMan9784
Samenvatting

Van media-educatie naar mediawijsheid.

Mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.

Aantekeningen

Citaat van blz. 19-21

Kennis, vaardigheden, mentaliteit

Ofschoon het gezegde anders luidt, heeft niemand de wijsheid in pacht. Wijsheid is geen bezit maar een doel waarnaar gestreefd kan worden, een proces dat nooit is afgerond. Datzelfde geldt voor mediawijsheid. Het is bovendien een begrip dat niet in alle contexten en voor alle groepen hetzelfde betekent. Verschillen in mediagebruik zullen dan ook blijven bestaan; niet iedereen zal en hoeft even mediawijs te zijn. Onderverdeeld in kennis, vaardigheden en mentaliteit valt mediawijsheid uiteen in verschillende competenties. Bij kennis gaat het in de eerste plaats om de kennis die nodig is om mediaboodschappen te kunnen interpreteren, het besef dat mediainhouden (retorisch) geconstrueerd zijn en het vermogen te achterhalen door welke belangen of waardesystemen deze worden gestuurd (’wie is de afzender’, ’wat zijn diens belangen’).

Behalve om het analyseren en contextualiseren van mediaboodschappen (’hoe verhoudt deze boodschap zich tot andere opvattingen’), gaat het er vervolgens ook om er op te kunnen reflecteren en er conclusies aan te kunnen verbinden. Tot slot gaat het bij kennis ook om het bewustzijn van de plaats en rol van de media in het persoonlijke en maatschappelijke leven. Idealiter hoort daar ook inzicht bij in het historisch kader waarbinnen de ontwikkeling van de verschillende vormen van communicatie heeft plaatsgevonden. Om actief deel te kunnen nemen aan de maatschappelijke communicatie, moeten mensen (technische) vaardigheden hebben: mensen moeten kunnen kijken, kunnen kiezen en knoppen kunnen bedienen. Zo moet men van informatie niet alleen weten waar deze te vinden is, maar tevens hoe men de mate van betrouwbaarheid ervan bepaalt en vervolgens hoe men de informatie gebruikt. Van groot belang is ook dat men media waar mogelijk niet alleen passiefmaar ook actief gebruikt; dat men niet alleen consumeert maar ook produceert. Door zelf media-inhouden te maken, heeft men niet alleen meer deel aan het maatschappelijk proces maar begrijpt men ook de werking van media beter. Naast kennis (inhoud) en vaardigheden (techniek) is ook mentaliteit een wezenlijk onderdeel van mediawijsheid: het besef van de houding waarmee men gebruik maakt van media. Welke houding dat is, kan per gebruiker verschillen - actief, passief, kritisch, goedgelovig, enthousiast of cynisch - zoals ook de waardensystemen van gebruikers verschillen. Als mensen behalve passief ook actief participeren en zelf media produceren, zouden ze zich daarnaast bewust moeten zijn van de effecten van hun handelen binnen het domein van de media, en moeten ze daarvoor hun verantwoordelijkheid nemen. Participatie in communicatievormen, van welke aard deze ook zijn, is niet vrijblijvend maar schept verplichtingen. Men moet met andere woorden weten wat men doet als men adressen van pedofielen op het internet plaatst of vanuit zijn huiskamer een webcam op de straat richt.

Bovenstaande onderverdeling bestaat uiteraard alleen op papier. Het gaat immers altijd om de samenhang van de drie aspecten. Zelfs op het niveau waarop mediagebruikers het onderscheid moeten maken tussen welke media-informatie voor hen meer en welke voor hen minder waardevol is, spelen die drie elementen een rol: het veronderstelt een kritische houding (mentaliteit), al dan niet aanwezige voorkennis van de onderhavige materie (kennis) en het controleren of verifiëren van de aangeboden informatie (vaardigheden). De drie aspecten zijn complementair. Zonder vaardigheden blijft kennis abstract, zonder mentaliteit kunnen kennis en vaardigheden in maatschappelijke opzicht ongewenste effecten sorteren. De drie aspecten roepen elkaar ook op. Zo leert de ervaring dat als wijkbewoners zelf websites bouwen (vaardigheden), zij veel meer inzicht krijgen in de problematiek rond digitale veiligheid, betrouwbaarheid ofprivacy (kennis) en ontdekken dat een constructieve bijdrage aan een discussie ook daadwerkelijk effect kan hebben (mentaliteit). Als gezegd betekent mediawijsheid niet voor iedereen en in alle contexten hetzelfde.

Het is van groot belang te differentiëren. Zo zijn in de zorgsector burgers mediawijs wanneer ze de herkomst en betrouwbaarheid van informatie op het internet kunnen achterhalen en deze kennis vervolgens op een verantwoorde manier kunnen inzetten ten bate van hun eigen gezondheid of kunnen gebruiken in hun contacten met medische instanties. Ook moeten zij mediawijs zijn als zij een website maken voor hun patiëntenvereniging. Niet alleen moeten ze dan de beschikking hebben over relevante software en de vaardigheden om ermee om te gaan, maar ze zouden zich ook de journalistieke mores eigen moeten maken van hoor en wederhoor, en zich moeten realiseren wat de effecten zijn van de woord- en beeldkeuzes die ze maken in het ontwerp van de site.
Gaat het echter om jongeren die een documentaire over hun eigen leven willen maken, dan zijn gedeeltelijk andere mediacompetenties in het geding: weten hoe verhalen gemaakt kunnen worden, kunnen onderscheiden van feit, fictie en mening, begrijpen waar de suggestieve kracht van beelden in schuilt. Bovendien moeten de jongeren kunnen omgaan met camera’s, geluidsrecorders en montageprogramma’s, bedenken waar ze hun film willen vertonen en inschatten welke invloed de context van de vertoning heeft op (het effect van) de inhoud.

Media-educatie wordt op blz. 18 in noot 45 omschreven als:

1. heeft betrekking op alle communicatiemedia en omvat tekst, grafische elementen, geluid, stilstaand en bewegend beeld, die via technologische middelen wordt overgedragen;
2. stelt mensen in staat de communicatiemiddelen die in hun samenleving gebruikt worden en de werking daarvan te leren begrijpen en vaardigheden te verwerven in het gebruik van deze media om met anderen te communiceren;
3. zorgt ervoor dat mensen leren hoe zij media ’teksten’ kunnen analyseren, kritisch kunnen reflecteren en creëren;
4. de bronnen kunnen identificeren, evenals hun politiek, sociale, commerciële en/of culturele belang, en hun context;
5. de boodschappen en waarden die media overdragen kunnen interpreteren;
6. de geschikte media selecteren om hun eigen boodschappen of verhalen te communiceren en hun doelgroep te bereiken;
7. toegang krijgen of vragen tot media voor zowel receptie als productie.

De herkomst is een rapport van UNESCO, Education for the Media and the Digital Age, 1999.

URLhttp://www.cultuur.nl/upload/documents/adviezen/Mediawijsheid.pdf
Citation Keyref_9784
Datum eerste publicatie: 
maandag, 14 maart 2016 - 10:00pm
Share/Deel