U bent hier

Een eenvoudig schematisch model

Soort: 
Schema

In dit schema zijn een achttal objecten opgenomen die vanuit het perspectief van het informatie- en archiefmanagement van belang zijn om het digitaal werken mogelijk te maken.

Schematisch is er sprake van een

  • Definiërend niveau
    1. Zaaktype (1) – Beschrijving van gemeenschappelijke kenmerken van zaken van het zelfde type.
    2. Documenttype (2) – Beschrijving van gemeenschappelijke kenmerken van documenten van hetzelfde type.
  • Uitvoerend niveau
    1. Zaak (3) – De uitvoering van een zaak van een bepaald type. Definitie van een zaak is ‘een eindig complex van handelingen gericht op een bepaald doel’
    2. Informatieobject (4) - ‘vastgelegde informatie ongeacht vorm of medium, die als eenheid kan worden behandeld
  • Technisch niveau
    1. Applicatie (5) - Toepassing met functionaliteiten voor gebruik, hergebruik en beheer van de informatie-objecten (4) en digitale bestanden (6).
    2. Digitaal bestand (6) - De digitale drager van de informatie
    3. Bestandsformaat (7) - Code volgens welke digitale gegevens op een gegevensdrager zijn opgeslagen
    4. Opslag (8) – Technische faciliteit met behulp waarvan de applicaties en bestanden zijn opgeslagen voor gebruik, hergebruik en beheer.

Semantisch gezien bestaan de volgende onderlinge relaties.

  • Een zaaktype (1) definieert een zaak (3) en bevat een overzicht van minimaal te gebruiken documenttypen (2).
  • Een documenttype (2) definieert een informatieobject. (4)
  • Een zaak (3) bevat de informatie van een zaaktype.(1)
  • Bij de uitvoering van een zaak (2) wordt gebruik gemaakt van een of meer applicaties (5).
  • Bij een zaak (3) horen een of meer informatieobjecten (4) van een bepaald documenttype.(2)
  • Een informatieobject (4) wordt opgenomen in een of meer digitale bestanden (6).
  • Digitale bestanden (6) zijn van een bepaald bestandsformaat (7)
  • Een applicatie (5) verwerkt digitale bestanden (6)
  • Een applicatie (5) staat op een opslagmedium (8) of op meer opslagmedia (8)
  • Een digitaal bestand (6) staat op een opslagmedium (8) of op meer opslagmedia (8)

Van elk object kan bepaald worden welke metadata vast te leggen is. Het model kan een basis zijn voor een overzicht .

Kanalen zijn niet opgenomen als apart object. DIt zijn de processen, functionaliteiten en technieken waarmee gegevens aan een proces of zaken beschikbaar worden gesteld of waarmee gegevens vanuit een zaak of proces aan belanghebbenden beschikbaar worden gesteld. Als middel voor communicatie en uitwisseling zijn ze te beschouwen als integraal onderdeel van een zaak of proces.1

Het is wel noodzakelijk dat bij de procesbeschrijvingen ook informatie over de kanalen wordt vastgelegd.

Voorbeelden van kanalen zijn

  • het postproces,
  • een email cliënt,
  • digitale loketten met berichtenverkeer,
  • werkstations en tablets en dergelijke,
  • apps die toegang geven tot functionaliteiten en data
  • social media als Twitter, WhatsApp, Telegram etc.

Het hier geschetste model kan de basis zijn van een metagegevensschema zoals omschreven in artikel 19 van de Archiefregeling. Het is wel aan te raden dan een verwijzing in de vorm van een concordantie naar de NEN ISO 23081 of afgeleiden daarvan samen te stellen.

Levenscyclus:

Share/Deel